Carina Kralt-Bos
 
biografie - proza - publicaties

´t Kasteeltje en de herinnering

Een brief in een kartonnen map leidde me naar de Jan van Goyenkade 44. Het imposante pand, dat onder Leidenaren bekend staat als ’t Kasteeltje, moet ik vast een keer zijn gepasseerd. Meer dan dat gegeven is niet blijven hangen. Zo gaat dat vaker met herinneringen: ze vervagen en verdwijnen op den duur. Slechts enkele blijven wonen in je hoofd. Wil je ze echt niet verliezen dan moet je ze vastleggen. Elida Tuinstra, de vrouw over wie ik een biografie schrijf, heeft dat veelvuldig gedaan. Twee verhuisdozen vol met notities, brieven en memoires staan sinds een tijd bij mij thuis. De meeste netjes geordend in mappen, waaronder deze.

Een herinnering aan ’t Kasteeltje vond ik in een brief van 25 april 2011. Tuinstra schreef deze aan historicus Mineke Bosch. Aanleiding was het lezen van haar biografie over Aletta Jacobs: ‘Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid. Aletta Jacobs 1854-1929’. Het boek had niet alleen tot nieuwe inzichten geleid over het bijzondere leven van één van de bekendste feministes uit de Nederlandse geschiedenis. Nee Tuinstra bleek ook nog iemand persoonlijk te hebben gekend die ook voor Jacobs geen onbekende was in de strijd voor vrouwenkiesrecht. En laat dat nu de eerste bewoner van ‘t Kasteeltje te zijn: barones   (1873-1970). Deze van oorsprong Litouwse was één van de eerste vrouwen aan de Polytechnische School in Zürich. Ze studeerde er samen met Einstein, promoveerde tot biologe en leerde haar echtgenoot - hoogleraar land- en volkenkunde Anton Nieuwenhuis - op Java kennen. Aan het begin van 1900 trok ze samen met hem naar Leiden waar het stel een stuk grond kocht aan het eind van de Jan van Goyenkade. De barones ontwierp het huis zelf en liet zich inspireren door de stijl van de Art Nouveau. Het resultaat: een vrijstaand pand opgetrokken uit rode baksteen met een schilddak en voorzien van de nodige bijzonderheden zoals een toren en een loggia.

Elida Tuinstra leerde Margarethe halverwege de jaren vijftig kennen toen zij haar hospita werd. Ruim een jaar lang verbleef ze op één van de zolderkamers van ’t Kasteeltje terwijl de barones elders in het pand verbleef. De twee zagen elkaar iedere maand bij de persoonlijke overhandiging van de huur. Menig gesprek kwam er uit voort, zoals over de Dajaks in Indonesië. Het liefst vertelde de barones over Oost-Europa, de plek waar haar wortels lagen. Haar vader was er als ingenieur opgeleid bij de Hermitage in Sint Petersburg en in dienst van tsaar Nicolaas II. Ze had zelfs een ooggetuigenverslag van haar neef over de moord op de Tsaar en zijn gezin. Boeiende herinneringen over vervlogen tijden, die gelukkig bewaard zijn gebleven omdat iemand ze optekende.

Nieuwsgierig geworden naar ’t Kasteeltje of de eerste bewoner? Ook de barones hield ervan om herinneringen vast te leggen. Ze schreef ‘Een avontuurlijk leven rond 1900. Een autobiografisch verslag’. De biografie over Elida Tuinstra is nog in de maak. Mijn tip: schrijf herinneringen op die uzelf niet wilt verliezen of de moeite waard zijn om door te vertellen. Het is vast en zeker interessant voor uw nageslacht en mogelijk ook voor anderen. Je weet maar nooit.

Deze column verscheen op woensdag 10 december in het Leidsch Dagblad.

© Carina Kralt-Bos
 
 
 
 
Info
Instagram
LinkedIn